Start arrow Reizen arrow BAHAMA 'S III
BAHAMA 'S III

ImageEnkele van de vele hoogtepunten/belevenissen per (vis) dag.                                          
*Zaterdagmiddag. Zo snel mogelijk “na het “inchecken” in Gray’s Point met zeer hoge verwachting aan de slag en met drie anderen rechts van de lodge gevist. Ondanks mijn Antillen/ Curaçao verleden (acht  maanden dienst als marinier) werd ik toch verbaasd door het heldere water. Rondom Curaçao was het snel diep, hier leek het op onze eigen wadden maar dan met een lichte bodem. Helaas was deze flat weliswaar zandkleurig maar toch nogal modderig. Gelukkig wel gezegend met een prachtige natuur rondom en de eerste stingray (pijlstaartrog en “bekend van” Steve Erwin)) die ik zag, zwom bijna tegen mij aan. Toen het zich onhandig 180 graden omdraaide raakte de staart, met giftige stekel, mij net niet.

T’zal er wel bij horen dacht ik maar! Ik schrok in eerste instantie ook van de eerste haai (ca 1.20 mtr) dichtbij maar voelde dat ook zoiets “erbij hoorde”! Slechts een bonefish gezien en gevangen, gelijk mijn grootste van de trip (ca 60 cm) plus nog een kleine barracuda. Na de lange reis, de kaliks en het slaaptekort was deze modderbende even teveel van het goede!
                                                                                                                                                            
*Zondag. Na een goede nachtrust was ik weer helemaal fit, was er helemaal klaar voor en zal iedereen, inclusief de vissen, eens een poepie laten ruiken! Vanaf en vanuit een boot gevist met qids  Terrence en Jon op Acklins Bight. Dit is de enorm uitgestrekte ondiepte tussen een aantal eilanden (Acklins, Crooked, long Cay plus nog wat kleinere) die dit grote atol vormen en gezegend met de meeste bonefishflats per vierkante kilometer van de wereld. Hoeveel weet ik niet maar zelfs de eilanders kennen ze niet allemaal! We visten eerst wadend op een langgerekte flat midden op zee. Leeg zo te zien maar dat bleek anders. Ruim voordat Jon en/of ik zelf vis zien wijst Terrence ons de richting en afstand. Snel omrekenen van “zoveel feet” naar zoveel meters bleek te langzaam. Dankzij zijn aanwijzigen wel bonefish gezien maar die enkele keer dat ik ze op tijd zag zwommen ze er wel even achtraan maar pakken……., ho maar! Meestal zag ik niks en gooide op goed geluk maar dan vaak te ver of te kort. Al met al best wel frustrerend (en dat is voorzichtig uitgedrukt)! Hierna bracht hij ons naar een klein eilandje (ca. 30 bij 100 meter) dat alleen leek te bestaan uit mangrovebomen met daaromheen prachtig helder water wat langzaam afliep richting lichtblauw. Alsof je in een filmdecor stond, een illusie die werkelijkheid werd! Ook hier vingen we niks maar gezien de totale beleving was dat van ondergeschikt belang.

Na een lunchstop visten we ook even heel klassiek vanaf de boot (poolend) maar het waaide nog dermate hard dat de losse lijn continu onder de boot belande. We zagen op deze manier wel veel vis maar werkelijk alles ging mis en je beseft dat je hier een beginneling bent en dat komt (nogmaals) knetterhard aan! Wadend op de laatste flat ving Jon toch nog een bone maar ik sta op nul, nul gevangen en nul aanbeten! Misschien heb ik 3 of 4 keer een vis fatsoenlijk aan kunnen gooien maar, of ik was of te vroeg ,of te laat, of ze negeerden mijn vliegen. Zo bleek deze eerste serieuze visdag overduidelijk dat de visserij op bonefish veel moeilijker was dan ik had gedacht. Toch overtrof de hele ervaring mijn toch al hoge verwachtingen en was het een schitterende visdag.

*Maandag met Joe, Jon en Casper gevist bij “Tree Keys”, een aantal flats in “the middle of nowhere” en een van de plekken die ik al van te voren had aangekruist! Het busje brengt ons heen en haalt ons na afloop ook weer op. Casper en Joe hadden de dag ervoor er al gevist en we splitsten ons om de vis niet al te veel te verstoren. Casper wist de weg en voorzichtig wadend volgde ik gedwee, op zoek naar de bones. De vis die er zat zag ons helaas eerder (wij zagen ze dus te laat) en verdween explosief voordat we überhaupt aan werpen toekwamen. We konden ze allen maar nakijken maar wel kregen we zo een paar keer een onbehoorlijke adrenalinestoot! Op kilometers flats vingen we dus nul komma nul. Na een gezamenlijke lunchpauze visten we met z’n vieren in een diepe geul (“sharkhole”) tussen 2 eilanden en daar was het wel raak. Joe ving een paar jacks en snappers en een paar bones. Casper gebruikte de snappers als aas waarmee hij een barracuda en een haaitje ving. Niet echt vliegvissen, gewoon een levende aasvis aan een grote streamer aan de vliegenlat maar best wel spectaculair. Jon ving wat rifvis en een stuk of 6 bones. Ik bleef ook gewoon door vliegvissen en ving een handvol rifvissen, 2 zeer kleine bones en 4 volwassen. Weliswaar vingen we deze niet op de echte bonefish-methode (“stalken op the flats”) maar ik tel ze toch maar mee! Een hele dag midden in de natuur met maar een kort moment vangen maar ik vond het wederom schitterend…………., en het kon nog mooier zou blijken.

*Dinsdagmorgen. Tijdens het ontbijt bedenk ik me dat tot nu toe alles min of meer geregeld is, wie wat waar en hoe. Hoe zal mijn dag vandaag zijn? Dan vraagt een van de Denen me wat ik ga doen! Iedereen is gelijk stil en krijg het zeer sterke gevoel dat ze over mij gepraat hebben! Vandaag wil ik lopend naar het dorpje Pineville aan de open Atlantische kust (de lodge zelf ligt in een baai) om via een grote omweg terug te gaan. De Amerikanen luisteren ook mee en een van hun waarschuwt me dat het een flinke wandeling is. Of dat laatste de reden is weet ik niet maar niemand gaat met me mee en deze dag heb ik helemaal alleen gevist. Ik had Joe al eerder laten weten dat ik gezelschap best op prijs stel maar dat ik ook graag alleen vis!

De snelle(topactie) #8 laat ik staan en neem de tragere (parabolisch) #7/8 plus de spinstok mee, kan ik die beide ook een keer gebruiken! Aan de open kust zie ik een paar lokale vissers met een bootje vertrekken en we groeten mekaar. Het zijn de laatste mensen die ik deze visdag zie. In verband met de golfslag en later een rotskust vis ik hoofdzakelijk met de spinstok. Naast wat missers vang ik hiermee een onbekende vis van ca. 35 cm, een cuda van ca. 90 cm en een stingray. Ook mis ik die hele grote cuda van circa 1 ½ meter. Tussendoor vis ik zo nu en dan met de vlieg en vang daaraan een triggerfish (?) en mis een leuke cuda die de lijn zonder problemen doorhapt. In een door rotsformaties beschutte baai laat de rugzak en hengel achter me en loop een eindje het water in om te gaan snorkelen. Eerst zwemt er een grote rog vlak voor me langs, ik wacht maar even tot’ie voorbij is. Dan zie ik even verderop een haai van over twee meter. Het snorkelen laat ik maar schieten!

Ik vis zo nu en dan maar de meeste tijd gaat op aan wandelen, kijken en verwonderen. Wat een omgeving, wat een rust. Stille stranden en messcherpe rotskust omzoomd met palmen, cactussen en ander tropisch groen wisselen regelmatig mijn pad. Soms een mangrove bos met daarvoor geheimzinnige donkere geulen. Op elk moment zie ik wel ergens een of meer haaien patrouilleren, meestal tussen de 1 en 1 ½ meter maar sommige durf ik niet eens te schatten, misschien tegen de 3? Overal om mij heen zoveel, zoveel, zoveel te zien. Een hele dag alleen maar alleen maar prachtig plaatjes die je normaal gesproken alleen op TV of in een “glossy magazines” ziet. Ik ben er zelf, ik ben helemaal alleen, een veelvoud van schitterend!

Mijn eigenlijke hoofddoel, bonefish, moet ik volgens Joe vangen op een bepaalde zandplaat een eind uit de kant. Als ik daar ben nadert er net een donker onweersfront vol met flitsen en besluit op de vele verlaten en schitterende stranden te blijven. De echte bui gaat bij mij langs en ik wordt alleen maar nat van 5 minuten motregen. Dan kom ik bij een mangrovebos plus geul waarvoor Joe me had gewaarschuwd. In verband met een sharkhole stijf tegen de bomen aan niet erom heen maar ervoor langs! Het is nu erg laag water en probeer eerst hoever ik kan komen, ik kan altijd terug. Als ik voorzichtig langs het bos waad worden de kleinere vissen die beschutting zoeken tussen de wortels nogal zenuwachtig van mijn aanwezigheid en zwemmen wat ongecoördineerd rond. Een paar schijnen een iets te ruim rondje te nemen en een meter of drie achter mij slaat een behoorlijke haai zijn slag. Tussen schuimend en troebel water zie ik nog net zijn donkere staart in de donkere geul verdwijnen! Hoe groot weet ik niet maar besef me dat doorgaan dom kan zijn. Na een kort “wachtmoment” loop ik nog voorzichtiger terug. De eerste meters goed uitkijkend, de laatste meters in een paar vlugge sprongen! Het verbaasd mezelf hoe rustig je blijft tijdens zo’n ervaring. Ik ben net nieuw hier en nu al beleef je dit soort dingen als iets normaals, het hoort er gewoon bij! Ik loop nu toch maar een eindje om en beland bij de modderflats van zaterdag en dat bevalt me beslist niet. Daarom kies ik ervoor om via een creek verder te gaan. Daarvoor moet ik eerst weer een eind terug. Het eiland recht oversteken lukt me niet vanwege de dichte begroeiing maar al dwalend beland ik toch bij de ondiepe geul die het eilandje afscheid van het echte eiland. Circa 10 tot 20 meter breed en aan alle kante omringt door dicht mangrovebos. Vreemde vogelgeluiden en meer onbekends begeleiden mij op mijn trage weg richting lodge. Soms denk ik dat ik een bonefish zie maar elke keerweer blijkt het een kleine haai te zijn. Regelmatig steken schildpadden hun kop eventjes boven water, steeds te kort voor een foto! In de diepere plekken van de creek vang ik aan de vlieg een groeper en tientallen jacks en snappers van 15 tot 35 cm. Ze knokken goed maar m’n zachte #7 had ook een #6 mogen zijn. Met al mijn onervarenheid deze dag geen bonefish gezien maar misschien wel mijn mooiste dag op Acklins. Maar ja, eigenlijk is het appels met peren vergelijken want elke dag was even anders, even uniek en even schitterend!
                                                                                                                                              
*Woensdag met Casper en gids Chris gevist in de Bight. Net als Terrence instrueert Chris ons waarheen en hoever we moeten gooien. Nog steeds zie ik de vis te laat en nog steeds snap daar niks van. Op mijn vraag van hoe ver hij de vis ontdekt antwoord hij; van heel ver, misschien vier of vijf honderd meter! Op de uitgestrekte flat waar we op dat moment waden ziet hij drie scholen vis maar ik zie niks, niks dan alleen maar water. Ik zie de vis pas als ze vlakbij zijn en vaak is het dan al te laat. Eigenlijk vis ik veel liever “op mezelf” maar een gids/leraar blijkt hier dus wel degelijk goud waard en hij leert je in een paar uur meer dan dat je zelf zou ontdekken in weken…….., jaren! Zo vangen Casper en ik ieder toch nog twee bones waarvan in het laatste kwartier een dubbel-hookup (elk een vis gelijktijdig!). Alweer een prima dag en vandaag heb ik geleerd om “anders te kijken”, niet naar de vis zelf maar naar het wateroppervlak. Wie weet heb ik er nog wat aan want we hebben nog 2 hele visdagen te gaan!

*Donderdag met Joe en Casper eerst een stuk kanoën in verband met een diepe brede geul. Daarna lopend en vissend via een eiland, wat geulen en flats richting “Black Rock”, het verste eiland van de baai. Ik viste het eerste uur met een lepel (spinhengel) en ving een cuda van 60. Bij een rotspunt lieten we onze rugzakken achter en ging ik ook al vliegvissend verder. We waren nog maar net op pad of Joe zag en haakte een cuda van ruim een meter. Na een dril van een dik kwartier en een fotosessie gingen we verder. Eventjes daarna keek ik voor de zekerheid nog even achterom en zag op 20 meter een haai van zeker 2 meter die duidelijk op zoek was naar prooi. Een gehaakte vis geeft “verkeerde” (nood)signalen af maar deze haai was te laat. Al wadend ving ik met de vlieg een onbekende vis ca 40 cm (yellow tail?) en 2 bones. De eerste bone alweer een dubbel hookup met Casper en ik (ja ik) ontdekte de school ruimschoots op tijd! Ook de tweede die ik ving zag ik (zagen we) ruim van te voren aankomen. Een meter of 20 voor mij wijzigden ze plots van koers maar een paar achterblijvers bleven even hangen. Ik had maar één kans en een was zo dom om mijn vlieg te volgen, te volgen…….., te pakken! Even daarna was het hoog tijd om te vertrekken voordat een geul te diep werd en Black Rock moet wachten tot een volgende keer! Naveldiep was de geul ondertussen en omdat ik even daarvoor een flinke haai had zien jagen was het best spannend, je kijkt in ieder geval veel om je heen maar niet naar het landschap! De wetenschap dat veruit de meeste haaien banger zijn voor ons dan wij voor hun geeft de doorslag om door te lopen. Je moet ook wel want er is geen alternatief. Nog 30 meter, nog 20 meter, nog 10! Ik voel opluchting als ik weer in kniediep water sta! Dan is het nog een stuk wandelen en kanoën. Als ik al cijfers kan geven wordt dit dag nummer twee.

*Vrijdagochtend. Tijdens het oppakken van de hengel brak de topoog van mijn #8 dus moest ik verder met m’n “reservehengel”. Niet echt een straf want deze soepelere hengel vist best wel lekker maar met stevige wind is’tie net niet strak genoeg voor “mijn snelle werpstijl”. Op de flats voor de lodge zag ik voldoende vis maar wist niks te vangen. Daarna ontbijt. Ik wist steeds nog niet wat te doen vandaag en zat wederom in twijfel, nog maar een dag te gaan en nog zoveel te doen! Weer vroeg een Deen wat mijn plan was voor vandaag maar voordat ik twijfelend kon antwoorden vertelde Joe dat hij (Joe) met mij en gids Terrence zou gaan vissen. Oké, geen vraag meer maar een antwoord en best een leuke!

De bonefish bleek los vandaag. Al voordat we uit de haven konden vertrekken viste de andere boot op tailende vis maar ze misten. Na 5 minuten varen stopten wij ook voor hetzelfde. We vingen elk een en een tweede raakte na een lange dril los! Toen een iets te grote haai iets te veel belangstelling had vertrokken we naar verdere gronden. Op de eerste flat zag ik niks maar Joe miste een hele grote en sloeg uit frustratie zowat zijn hengel naar de filistijnen! In een paar creeks op een afgelegen eiland hadden we “al polend” (vissend vanaf de boot) meer geluk. School na school passeerde ons en we hadden haast geen tijd voor lunch. Joe ving deze dag 7¾ bonefish (de andere ¼ had een haai) en miste een, dat hadden er dus 9 kunnen zijn. Ik had uitgerekend op deze laatste dag een pechdag alhoewel ik er 2 ving. Net niet ver genoeg gooien, iets te ver gooien, te langzaam gooien (lag deels aan de hengel). Toch ving ik er dus twee en dat hadden er zeker meer kunnen zijn. Eenmaal had ik tijdens de dril lijnbreuk, een stommiteit van mezelf (grrrrr) en 4 waren na een korte of langere dril gewoon weg, iets wat me hier nog niet eerder was overkomen. Het hadden er dus 7 kunnen zijn en vergeleken met Joe best redelijk (nogmaals grrrrrr!). Tijdens een eerdere topweek had Joe 60 (bonefish) dus mijn verwachtingen waren wat dat betreft overduidelijk veel te hoog geweest.

Zo intensief vissen doet je de tijd vergeten. Pas op de laatste flat kreeg ik het besef dat het zeer binnenkort over zou zijn! Ook hier zagen we redelijk wat vis maar vingen niks. Onderweg naar de haven proosten we met een kalik op de gedane vangsten en op een zeer mooie en zeer bijzondere vakantie. Terug bij de lodge probeerde ik op de dichtstbijzijnde flat mijn gemiddelde nog ietwat op te krikken maar het bleef bij wandelen, ik zag geen enkele vis. Teruglopend haalde ik mijn vlieg (voorlopig) definitief binnen en was voor mij de visserij hier (voorlopig) over. Vanaf de oever zag ik verderop Sylas staan met een kromme hengel, er zat dus toch……..! Het was zijn enige bonefish.
Na het eten vernamen we van de aardbeving en de tsunami in Japan en de gevolgen daarvan en realiseerden ons dat er veel meer is dan alleen maar vissen…………….!

*Zaterdag 12 en zondag 13 maart.                                             
Nog eens vroeg opstaan maar dit keer helaas niet om te vissen. We hadden de meeste spullen vrijdagavond al ingepakt en/of opgeruimd en om 7 uur was het ontbijten. Tegen 8 uur bracht Garron (zoon van de eigenaar en tegenwoordig mede-eigenaar) ons in zijn spiksplinter nieuwe bus naar het vliegveld en als “jongere driver” wist hij ons te verrassen met een snelheid die zo nu en dan de 70 km/u naderde! Daarna was het 2½ uur wachten want ons vliegtuig had een uur vertraging en vertrok pas om 11 uur. Met een korte tussenlanding op Crooked Island kwamen we om 12.30 aan in Nassau. Voor 5 dollar stalden we onze bagage in een depot en gingen daarna met een taxi naar downtown (circa 25 minuten rijden). Hier namen we gezamenlijk een warme maaltijd waarna ieder zich verspreide voor een laatste middag toeristje spelen op de Bahamas. Casper wou met mij mee en we deden nog wat souvenirs en laatste inkopen (sommige artikelen zijn de helft goedkoper dan in Nederland!) en zaten hier en daar op een terras voor meerdere laatste kaliks. Een zo nu en dan valszingende lokale one-man-band was een leuk hoogtepunt en hield ons een tijdje vast, zeker drie biertjes. Over Nassau kan ik nu officieel melden dat ik, ondanks zijn vele toeristen en bijhorende winkels en horeca, er snel op uitgekeken was. De veelal Amerikaanse toeristen vieren er hun eigen Amerikaans feestje. Ik hoef er zeker geen week te verblijven, geef mij maar de rust en de origine van Acklins!

Tegen 18 uur zaten we (voorlopig) voor de laatste keer in een Bahaamse taxi en daarna was het wachten op onze vlucht naar huis. Rechtstreeks van Nassau naar Engeland en gelukkig geen VS, dat scheelt bijna 4 uur! Op Londen Heathrow nam ik afscheid van mijn Deense visvrienden en vloog door naar Schiphol. Alles liep op rolletjes en om 16.15 kon ik Kunny innig omhelzen. Eerlijk en heerlijk, je bent en blijft een visserman maar hier keek ik al dagen lang naar uit, alsof het de eerste keer was! Zoon Tim en zus Anita waren er ook en kregen uiteraard ook een zoen. Mijn avontuur zat er bijna op maar eerst gingen we nog naar Jan en Saskia in Badhoevedorp voor een verlate kraamvisite (Jay Jay 28 feb.) en verjaardag (Jan 10 maart). Tijdens een warme hap en studio sport kijken gingen bij mij de ogen regelmatig dicht en besloten we maar dat het beter was om richting Uithuizen te gaan. Van die rit heb ik weinig meegemaakt, ik viel bijna direct in slaap met Tim tegen mij aan. Vlak voor Groningen werden we wakker en even na tienen was ik weer thuis. In Acklins is het dan 16 uur en omgerekend was ik 34 uur onderweg. Een uniek en prachtig avontuur zit er op. Vijf maanden voorbereiding, tien dagen Bahamas, nog vele en vele jaren vreselijk nagenieten……………………! 

Bert Dries 

 

Image Image

Image Image
Image
Image
Image Image Image
Image


Image Image
Image
Image
Image Image Image

Image Image
Image
Image
Image Image Image

Image Image
Image Image
Image
Image
Image Image Image

Image Image
Image Image Image
Image
Image

Image
Image Image
Image Image Image
Image
Image

Image Image
Image Image Image
Image Image