Start arrow Vissen arrow VLIEGVISSEN, MAAR DAN ANDERS 2014
VLIEGVISSEN, MAAR DAN ANDERS 2014

ImageOver hermelijntjes en ijsvogels
Sinds mijn verslaving aan het vliegvissen, kijk ik heel anders naar de natuur om mij heen. Ieder watertje, waar ik langs loop of fiets, wordt grondig bestudeerd op levenstekens van waterbewoners. Ook tijdens het vliegvissen blijf ik zeer alert op wat er om mij heen gebeurt. Uiteraard probeer ik altijd wel een visje te vangen, maar soms heb je van die momenten dat de vangst uit iets anders bestaat, oftewel vliegvissen, maar dan anders. Ik zal het proberen uit te leggen aan de hand van twee ervaringen. Ik denk dat de meeste vliegvissers wel soortgelijke ervaringen hebben. Enige weken geleden was ik op een vrijdagmiddag aan het vissen in het verbindingskanaal tussen het Noordwillemskanaal en de Drentsche Aa vlakbij Haren aan de A28. Op de driesprong van de Drentsche Aa en dat verbindingskanaal ligt een drijvende afzetting van palen met grote oranje drijvers. Ik denk om kanoërs of drijvend plantenmateriaal tegen te houden. Vlakbij die drijvende afzetting was ik aan het vissen. Als je niet naar de A28 kijkt en er niet naar luistert, een prachtig plekje wat zo nu en dan wreed wordt verstoord door een laagvliegend vliegtuig dat wil landen op Eelde. Het was prachtig weer en nog geen beet gehad, laat staan een vis gevangen. Plotseling zie ik in mijn linkerooghoek iets opmerkelijks. Ik kijk eens goed en zie een viertal hermelijntjes (duidelijk te herkennen aan de zwarte staartpuntjes) over de drijvende balken heen rennen. De eerste iets groter dan de anderen en dus vermoedelijk een moeder met haar kroost. De eerste drie bereiken in no time de overkant, maar de laatste durft niet en keert weer terug tussen het riet, daar waar ze vandaan kwamen. Ik hield mij uiteraard gedeisd en al snel zie ik een overgestoken hermelijn (moeder denk ik) een meter op de paal lopen en blijkbaar riep ze iets naar de overkant, want ik zag nummer vier weer uit het riet komen en voorzichtige pogingen doen op de paal om de overkant te bereiken. Tot drie keer toe durfde nummer vier dit niet en zo nu en dan een kletspoot halende, ging hij steeds weer terug. Maar de aanhouder wint. Ik had me inmiddels wat kleiner gemaakt en bij poging vier lukte het dan toch om het hermelijnengezin te herenigen. Ik had geprobeerd wat foto’s te maken, maar dat valt met een telefoon niet echt mee. Om eerlijk te zijn keek ik ook liever naar hetgeen er op de balk gebeurde. Toch kunnen oplettende kijkers op bovenstaande foto (even op klikken voor een grotere weergave) hermenlijn numero vier ontwaren. Hij of zij komt net links uit de oranje drijver. Mijn dag kon al niet meer stuk. Geweldig! Wat een belevenis. Wat later had ik het vissen om de hoek in de Drentsche Aa geprobeerd, maar ook daar net als in het verbindingskanaal geen vis-succes. Terug in het kanaal het nogmaals geprobeerd op dezelfde plek als eerst. Tot mijn grote verbazing zie ik weer vanaf de overkant vier hermelijnen een succesvolle oversteek wagen over de drijvende palen! Ik vermoed dat ik ze terug heb “gejaagd” toen ik even om het hoekje ging vissen. En om het verhaal compleet te maken kwamen er nadat de vier waren overgestoken er nog twee uit het riet tevoorschijn, die net als de eerste keer wat meer van mij onder de indruk waren. Ze deden er een aantal keren over om de overkant met kletspoten te bereiken. Ik heb echt met open mond staan kijken. Een hermelijnenfamilie van wel zes stuks. Van vissen kwam daarna niet veel meer terecht. Ik genoot nog zo na van wat ik net had gezien en buiten dat, de huiselijke plicht begon ook te roepen.

Tot zo ver de hermelijnen. Vorig jaar stonden we in de zomervakantie op een kleine camping in Voorst op de grens van de Veluwe en de IJsselvallei. In de buurt van de camping liep een klein stroompje, de Voorster Beek. Het vliegvisvirus was behoorlijk aan het jeuken bij mij en het was volgens mijn visplanner een beetje onduidelijk of ik er wel of niet in mocht vissen. Bij twijfel altijd doen dacht ik en zo gedacht, zo gedaan. Al zwiepend op een brug kwam er een oud mannetje op een fiets aan en die begon een praatje met me te maken. Het bleek al gauw dat hij lid was van de lokale hengelvereniging en dat het verboden was om daar te vissen. Het stond niet in de vispas. Om geen mot te krijgen met de locals vroeg ik naar een dagvergunning en die waren wel te krijgen. De oude baas zou dat direct voor mij regelen en met zijn toestemming om daar door te vissen, ging hij twee dagvergunningen voor mij regelen. En inderdaad kwam de man tien minuten later met twee briefjes terug, waarop ik een datum in kon vullen. Twee dagen later op een mooie vroege ochtend weer naar het beekje gegaan en bij een duiker gaan vissen. Een lokaal vissertje met vaste stok was daar al bezig. We waren op praatafstand van elkaar aan het vissen en aangezien de vangsten niet denderend waren, kwam de man al snel naar mij toe, onder achterlating van zijn hengel in de steunen, om eens even naar dat voor hem vreemde gezwiep van mij te komen kijken. Al vissend sta ik zo met hem te praten op de duiker en opeens zie ik wat onder de duiker doorvliegen. We draaien ons om en ik zie twee ijsvogeltjes vliegen die vervolgens op zijn hengel gaan zitten! De ijsvogels kijken eens vreemd naar die twee rare snoeshanen waar ze net onder door zijn gevlogen, kijken elkaar aan en besluiten dat we niet interessant genoeg zijn om naar te blijven kijken en vliegen vervolgens verder. Wow! Alweer stond ik met open mond te kijken. Mijn dag kon ook toen niet meer stuk.
Een combinatie van beide voorgaande verhalen beleefde ik in 2008. Deze keer niet aan het vissen, maar aan het kajakken op de rivier de Dordogne in Frankrijk. Kajakken is misschien een groot woord. Beter is wellicht om te schrijven: je met de stroom af laten zakken naar een van te voren afgesproken punt en al varend er voor te zorgen dat je niet dwars of achterstevoren met de stroom wordt meegevoerd. Op een zeker moment horen we een hoop lawaai van vogels onder een hoop in het water hangende takken vlakbij een oever. De stroom was hier niet heel snel, dus met de peddels konden we de kajak in toom houden om te kijken waar al dat lawaai vandaan kwam. De lawaaischoppers bleken twee ijsvogeltjes op een vlak boven het water hangende tak te zijn, die vreselijk verbaal te keer gingen tegen een hermelijn die op de oever, niet ver van de twee blauw-metallic gekleurde vogels, heen en weer aan het rennen was. Ook hier zaten we met open mond van verbazing te kijken naar dit schouwspel op een paar meter van ons af. Blijkbaar voelde het drietal zich te veel bekeken door ons, want alle drie besloten ze dat we genoeg hadden gezien en gingen er vandoor.
Voor mij zijn dit fantastische ervaringen. Ik hoef op dit soort dagen echt geen vis te vangen. Deze belevenissen zijn memorabel.

4 juli 2014, Marten Staal

ImageImage

http://zoom.nl/foto/dieren/overstekende-hermelijn- met-jongen.1862056.html?object=user&object_id=6839

http://nl.wikipedia.org/wiki/IJsvogel#mediaviewer
/Bestand:Common_Kingfisher_Alcedo_atthis.jpg