Start arrow Overig arrow ECHTE STRIKE-INDICATOR-YARN
ECHTE STRIKE-INDICATOR-YARN

Ping, ping. Met de nagel van mijn wijsvinger tover ik het geping uit de haak. Juist ja, het haakje, nummer 18 dit keer, zit goed vast in de klem. Ik heb eerst de weerhaak dichtgeknepen en een donker, parelmoerachtig, kraaltje over de haak geschoven. Een kraaltje uit zo’n doosje die ik voor een paar gulden bij een hobbyzaak heb gekocht. Er zitten genoeg kleuren en kralen in voor de rest van mijn leven en dan kan ik er nog heel wat weggeven. Vanmorgen ga ik het weer eens proberen op de voorn. Het is koud, Februari eigen, maar de zon maakt het redelijk aangenaam. De wind blijft kalmpjes en koud uit het oosten waaien maar een goede fleece-trui, wel met windstopper, lijkt me voldoende om me een uur of wat warm te houden. Maar eerst dient er dus nog een vliegje gebonden te worden. Ik heb zo langzamerhand genoeg vliegen in "mijn klein winterdoosje", maar vindt het gewoon leuk om voor het vissen aan er nog eventjes een te binden en die straks aan mijn lijn te knopen. Goed, het haakje, met de kraal tegen het oog, zit dus klem en er gaat wat zwart bindgaren omheen. Dikte 0/8 is standaard bij mij, maar bij kleine haakjes gebruik ik ook wel eens spiderweb. Daarna, bij de haakbocht, soms een, soms twee pauwenfibers vastzetten en het binddraad naar het kraaltje wikkelen. Voor de zekerheid nog een beetje lak over de haaksteel en daarna de fibers naar het kraaltje wikkelen. De fibers niet te los en ook niet te vol wikkelen want het moet een mooi slank lijfje worden met een iets dikkere kop. Die kop is het kraaltje dus. Even een dubbele afbindknoop stijf tegen het kraaltje aan en klaar is de kraalkopnimf.

Het kraaltje zorgt door het parelmoer voor een bescheiden schittering en het silhouet lijkt wat realistischer. Tevens zorgt het kraaltje voor net genoeg gewicht dat het geheel tergend langzaam zinkt en dus ook tergend langzaam binnen kan worden gevist. En langzaam binnenvissen betekent niet zo vaak gooien en dat betekent weer dat de handen langer warm blijven. Allemaal prettige bijkomstigheden die een koud winters visuurtje kunnen veraangenamen. Soms, als er veel trek staat of ik vis in iets dieper water, wil ik nog wel eens een dun koperdraadje over de pauwenfibers wikkelen. Het geheel wordt er dan iets zwaarder en sterker door. Maar ook een zwaardere haak kan dan voldoen want die keren dat een nimfje kapot wordt gebeten zijn zelden. Je hebt dan gelijk wel weer een mooie reden om nog eens een nieuwe te binden! Maar ik ken zo langzamerhand mijn watertjes wel en weet uit ervaring hoe zwaar, of liever, hoe licht het nimfje kan zijn om goed te werken.

Is de stroom onverwachts toch wat sterker dan knijp ik een loodhageltje zo’n 15 centimeter voor de vlieg. Een "achtknoopje" vlak ervoor voorkomt dan het verschuiven en ik kan zonder veel te veranderen gewoon verder vissen. De loodhagel is zo licht als nodig want alles moet wel heel natuurlijk blijven. Soms doe ik in plaats van een loodhageltje wat kneedbaar "eco-lood" (dat spul waar geen lood in zit!) om de lijn en schuif dit door tot op de nimf. Je moet het doosje lood s’winters wel in je broekzak dragen want als het spul te koud is kan je er niks mee worden.

Vanmorgen ga ik weer eens naar Spijk. Het is er al een paar keer goed geweest maar ik ben ook al wel eens met een nul thuisgekomen. Een kwartiertje met de auto en er is een parkje zodat de hond ook aan zijn trekken komt. Het beviste water loopt zo’n 300 meter direct langs de rand van het dorp. Soms word je door wat ongeruste senioren vanachter de ramen aangestaard maar, als de winter wat gevorderd is en ik al vaker deze stek heb bezocht, dan herkennen ze mij en gaan ze verder met thee drinken of de krant te lezen. "Het is die ietwat vreemde jongen die wat wild met een hengel staat te zwaaien"!

Als ik de auto op mijn vaste plekje geparkeerd heb loop ik direct door naar het water. Het is slechts drie tot vijf meter breed en meestal redelijk helder. Vandaag ook want als ik voorzichtig het water inkijk zie ik al een schooltje kleine voorns aan de oppervlakte rondlummelen. Wat ze er doen is mij een raadsel. Voedsel zit er niet en, ondanks het waterige zonnetje, is het door de koude nacht op het diepere water wat warmer. Maar goed, ze zitten er en ik moet het er mee doen.

Eerst even een paar passen terug om ze niet te verjagen en dan de hengel klaarmaken. Mijn leader zit met een de eenvoudigste lusverbinding vast aan de vliegenlijn. Ik heb zoals gewoonlijk de # 1 bij me en heb gewoon een zo klein mogelijk lusje in de vliegenlijn zelf geknoopt. Zo houd je het maximum aan drijfvermogen en echt strepen trekken doet deze verbinding bijna niet, in ieder geval niet meer dan met een naaldknoop of een lus van gevlochten nylon. De leader zelf is ook heel simpel en bestaat uit een kleine meter 20/00 en een iets korter stuk 14/00, met een bloedknoop aan elkaar verbonden. Met een normale kunstaasknoop (improved clinch knot) heb ik aan het einde van de 14/00ste mijn "beetindicator" ingebonden. Een toefje wol. Geen gewone wol natuurlijk maar "echte strike indicator yarn". Een soort synthetische en ingevette kunst-wol die hiervoor speciaal voor gemaakt lijkt te zijn. Die van mij werkt perfect en heb het eens gekocht bij een vliegviszaak in Red River in de staat New Mexico (VS). Ook hier in Nederland hebben ze soms vergelijkbaar spul te koop maar mijn spul vind ik beter. Een wollen dobbertje dus en het werkt perfect. Het maakt niet zo’n opvallend en daardoor misschien afschrikkend plofje als een kneeddobber of andere dobbertjes en het gooit uitermate prettig, je hebt er in ieder geval geen last van. Met alweer een kunstaasknoop lus ik een stuk 8/00 over de hoofdlijn en schuif deze door tot op de beetverklikker. (Dat zijn al vijf benamingen voor hetzelfde onderwerp!). Een voordeel van mijn systeem is dat de tippet, het stuk 8/00ste, waaraan uiteindelijk de vlieg komt, haaks op de hoofdlijn staat. Als de vlieg goed gezonken is, is een directere beetweergave het gevolg.

Het grootste voordeel is echter dat ik, als het nodig is, zo weer een andere tippet aan kan binden zonder de hoofdlijn (leader) in te korten! Gewoon de oude tippet iets terugtrekken en zo kort mogelijk op de knoop afknippen en de nieuwe aanlussen.

Het water in Spijk is gemiddeld zo’n 70 centimeter diep en dat wordt dan ook de lengte van de tippet. Met alweer een kunstaasknoop maak ik de vlieg aan de tippet (bij de kleinste haakjes gebruik ik ook wel eens de compactere zogenaamde "Orvisknoop") en strip een meter of 6 vliegenlijn buiten het topoog. Nog even de vliegenlijn en de leader tot aan beetverklikker invetten en we zijn er klaar voor.

Ik loop voorzichtig terug naar het water en..…verdikkeme, ik zie ze niet meer, verdwenen! Mijn polaroid gaat op en gelukkig, ze zijn gewoon wat dieper gaan zitten. Misschien toch wat verontrust door mijn, waarschijnlijk toch wel wat zenuwachtige, gedoe om alles zo snel mogelijk klaar te maken. Een paar valse worpjes om de boel op lengte te krijgen en dan valt de nimf een centimeter of 20 voor de school. Langzaam laten zinken en voorzichtig en langzaam terug halen. Er gebeurt niks. Een halve meter extra lijn erbij en opnieuw ingooien. Nu valt de nimf net binnen de school die nog steeds op hetzelfde plekje ligt. Een klein kringetje markeert de plek waar de nimf terechtkwam. En vrijwel direct een nog grotere kring die aangeeft aan dat een hongerig voorntje sneller wou zijn dan zijn concurrerende soortgenoten. Bek open, happen en hebbes!….. "Shit wat is dat nou? Het prikt en ik kan niet terug naar de veilige school". Terwijl ik het eerste visje rustig, maar tegelijk ook zo snel mogelijk, naar me toe haal beginnen aan de rand van de school een paar visjes onraad te ruiken. Doordat het water helder genoeg is kan ik het mooi volgen met mijn polaroid. Gelukkig is het over grootste deel van de school zich van geen gevaar bewust en besluiten de paar gealarmeerde visjes om ook maar weer gewoon te doen. Niet te veel opvallen is een stuk gezonder want er kan natuurlijk ook een snoekje op de loer liggen en die weten wel raad met visjes die buitensporig gedrag vertonen! Op deze manier weet ik in de eerste tien minuten nog een paar visjes uit de school te verschalken en besluit dan om wat verderop te kijken. Er moeten hier ook wel wat dikkere zitten!

Er ligt hier in het park altijd veel hondenstront dus tijdens het wandelen en zoeken naar vis moet je ook goed naar het gras voor je kijken. Zo zie ik te laat dat er een paar vissen vandoor gaan. Aan de golven te zien zijn deze wat groter dan de vorige. Normaal gesproken zwemmen ze slechts een paar meter weg dus ik zoek een mooi plaatsje om te gooien.

Schuin achter mij staan wat bomen die me het werpen beletten en dus ga ik een paar meter terug. Met een worp van een meter of negen vliegenlijn kan ik dit stukje water wel afvissen. Ik vis, zoals ik gebruikelijk doe in de winter, met mijn # 1-tje en deze dunne lijn land zo zacht op het water dat je de vis (bijna) nooit verjaagt als je ze onverhoopt overgooit en kan dus wat verder werpen zonder vis te verjagen die dichtbij zit. Een groot voordeel van deze lichte hengel en lijn! Moet het natuurlijk niet te hard waaien want dan begin je niet zoveel met dit lichte materiaal. Na vier of vijf worpen niets, zie ik aan wat golfjes, dat het schooltje toch wat verder gezwommen is als ik dacht. Voorzichtig omlopen en dan vanaf de ander kant maar proberen! De nimf land daar waar ik hem hebben wil, stijf tegen de overzijde. De lichte trek in het water duwt de lijn zachtjes terug naar mijn kant en als de verklikker even over het midden is siddert hij even. Ik sla aan maar voel geen weerstand. Te laat. Of te vroeg, dat kan ook. Eventjes opnieuw ingooien. Ik hef de hengel om opnieuw een worp te maken en…..er zit er een aan. Mooie kolken maken duidelijk dat dit een grote is. Voorzichtiger dan de eerste visjes loods ik deze naar mij toe totdat hij vlak voor mij nog wat na spartelt. De bocht in de hengel en de lange dunne leader hebben daarna net genoeg veerkracht om de vis in een keer voor mijn voeten te doen belanden. Doordat ik weerhaakloos vis is de mooie ruisvoorn snel van het haakje bevrijd. Tegen de 25 centimeter schat ik en laat hem weer terug in het koude water glijden.

Zo vis ik het hele stuk af. Op de hele lengte van zo’n 300 meter zie en vang ik alleen op de eerste 100 meter vis. Eigenlijk moet ik nu stoppen, moet ik weer naar huis om samen met Kunny die kop koffie te drinken die ze nu ongetwijfeld aan het zetten is! Op de terugtocht naar de auto toch nog eventjes proberen en uiteraard in het stuk waar de grote zaten. Een mooie achterwaartse worp beland nog mooier hoog in een boom en het 8/00ste knapt, haast zonder dat ik het merk. Een goed moment om ermee op te stoppen. Dan hoeven mijn inmiddels koude handen ook geen trillerige knoopjes meer te leggen. Ik loop nu maar terug over het wandelpad, dan zie ik het water en de vis ook niet meer. Kom ik ook niet in de verleiding om het nog eventjes te proberen, loop ik mijn schoenen lekker droog en schoon en ben op tijd terug om met Kunny een kopje koffie te drinken.

Als ik om 10.15 thuis ben en achter een bak cappuccino zit vraagt ze "en……heb je lekker de hond uitgelaten?". Ja beaam ik, een stuk of tien. Lekkere koffie trouwens!

Bert Dries

Image

Image

Image

Image